Een roestige spijker als piercing

Niet iedereen gelooft een schrijver zomaar op zijn woord. Uitgevers willen bijvoorbeeld nog wel eens vragen: ‘Klopt dat wel wat daar staat? Zijn er echt negermeisjes met blauwe ogen? Heeft een Volvo 440 wel stuurversnelling? Bloeien klaprozen nog in september?’

Er zijn ook lezers die controleren of het wel kan wat er in het boek staat. Ik herinner me iemand die uitprobeerde of je ‘s nachts op de hei in Engeland een boek kon lezen bij het licht van glimwormen. En kortgeleden hipten er twee Lemniscaatjournalistes mijn huis binnen. Ze wilden weten hoe het precies zat met het Kidsweek-boek De geur van roestig ijzer en kwamen dus ook met vragen als: ‘Dat meisje in het boek is dertien jaar en ze heeft de zwarte band judo?’ Ze hadden natuurlijk gelijk: hoe goed je ook bent in judo, de zwarte band als je dertien bent kan nooit.

Meestal maak ik me niet zo druk om zulke ‘leugentjes’ in een boek. Je kunt het natuurlijk niet al te bont maken. De Watergeuzen veroverden Den Briel in 1572 niet met kruisraketten. Orang-oetans zijn geen inheemse dieren op de Veluwe. Maar een schrijver mag verder best proberen jou te laten geloven dat iets waar is als het niet waar is. Ik geef een voorbeeld en het is ook meteen een bekentenis en een Lemniscaatgeheim dus.

In De geur van roestig ijzer valt Joeri voor het Turkse meisje Nesrin. Hij vindt dat zij naar roestig ijzer ruikt dat in de regen heeft gelegen. Dat is zo’n heerlijke geur dat hij helemaal van de kaart is. De meeste lezers zullen ‘het wel geloven’, maar er zijn er ook die wel eens willen weten hoe roestig ijzer nu precies ruikt. Een oude fiets of een roestig putdekseltje is snel gevonden. Wat ruik je dan? Als ik eerlijk ben: ik weet het niet. Ik heb in al die tijd dat ik aan het boek werkte nooit met mijn neus op stukjes roestig ijzer gelegen. Ik heb mij voorgesteld hoe de geur was en rook die ook in mijn hoofd. Onweerstaanbaar lekker! Ik wist ook hoe je die geur kon namaken. Ik liet Joeri immers het recept ontdekken. Maar ook dat heb ik nooit uitgeprobeerd; ik geloofde Joeri gewoon. Dat is het mooie van schrijven en lezen: het kan ook als het misschien niet kan.

Ik heb me wel afgevraagd waarom ik bij roestig ijzer als heerlijke geur kwam. Waarom ruikt Nesrin niet naar komkommers, zeewier of speculaaskoekjes? Ik ben op een schip geboren, dus eigenlijk in een ijzeren doos met veel roest in de buurt. Helemaal als ons schip na een ‘zoute’ zeereis een haven binnenliep. Was roestig ijzer het eerste wat ik in mijn leven rook? Was er toen even een Turks meisje in de buurt? Want het is wel zo dat geuren en smaken diepere indrukken achterlaten dan wat je ziet. Als ik inkt ruik zit ik zo weer als jongetje bij juf Stubbe in de klas. Als ik een framboos proef sta ik weer in de tuin van mijn grootvader. Er zijn schrijvers die door zo’n ‘herinnerings’-geur beroemde boeken schreven. Als de Nederlandse schrijver Vestdijk bijvoorbeeld stoom van een lokomotief rook herinnerde hij zich zijn jeugdliefde. Die geur bracht hem tot een serie boeken over Ina Damman.

Bij een diplomauitreiking hoorde ik laatst iemand zeggen: a goodbye is the birth of a memory. Vond ik wel een mooie uitspraak! Alles in het leven gaat voorbij, maar de herinnering blijft. Ons hoofd is een geweldige doos vol herinneringen. Je begint met een lege doos en propt hem in je leven barstensvol. Wij hebben ook sleuteltjes om de vakjes in de memorydoos te openen. Foto’s, een voorwerp, een muziekje brengen herinneringen tot leven. Geuren trekken ook zomaar een laatje in je hoofd open. Helemaal dus als het de geur van roestig ijzer is. Geloof mij nou maar: er is niks lekkerder dan die geur. Waarom zou Britney Spears anders liever ijzeren oorbellen dragen dan gouden! Stop jij dus gerust een roestige spijker in je broekzak of als piercing door je neusvleugel. Wedden dat er dan zo maar iemand vreselijk verliefd op je wordt?

Deze column is verschenen in de Lemniscaatkrant nr. 75. Het gaat over het nieuwe boek van de Kidsbibliotheek: De geur van roestig ijzer. oktober 2005