Vragen aan Harm

Hieronder een aantal antwoorden op vragen die mij werden gesteld door kinderen en volwassenen. Klik op een vraag en het antwoord zal onder de vraag zichtbaar worden.

Hoe zit dat bij u thuis? Bent u getrouwd en hebt u kinderen?

Ik ben getrouwd. Met een iemand die volgens mij een beetje lijkt op mijn vroegere schooljuf, juf Stubbe. Ik heb ook een zoon. Als je wilt weten hoe die eruit ziet kun je het omslag van Mikel is naar Yucatán bekijken. In de zomer van 2004 is er ‘in het wild’ in de Bevervallei een poesje geboren. Ze was erg wild en bang voor alles, voor mensen en voor vreemde geluiden. We hebben haar in huis genomen, en nu is ze langzamerhand aan ons gewend. Haar naam is Muis.

Doet u nog iets anders dan boeken schrijven?

Al een aantal jaren ben ik full time schrijver, d.w.z. ik schrijf en bezoek scholen en bibliotheken om over boeken te praten. Vroeger heb ik gewerkt bij de Lerarenopleiding van een hogeschool. Als je op een school zit heb je dus kans dat jouw meester of juf (leraar of lerares) bij mij “in de klas” heeft gezeten. Schrijf me maar eens of hij/zij je een beetje bevalt.

Is dat nou leuk, een boek schrijven?

Als je iets niet echt meemaakt, maar er over schrijft (of leest), beleef je het ook. Eigenlijk is schrijven net zo spannend als mensen ontmoeten, avonturen beleven, op vakantie gaan, enz. Dat is wel eens gemakkelijk: je hoeft niet helemaal naar China te reizen. Je koopt gewoon een boek dat in China speelt en je ‘bent’ in dat verre land. Schrijven is ook vastleggen wat geweest is. Net zoals je met foto’s in een album het verleden kunt bewaren, leg je met een boek vast wat gebeurd is of had kunnen gebeuren. Je doet dat in taal, dat prachtige middel waarmee we elkaar iets kunnen vertellen. Ja, schrijven is leuk. Ik doe het elke dag, ook op zaterdag en zondag en als ik op vakantie ben.

Word je er beroemd en rijk mee?

Meestal niet. Ik weet wel een paar manieren om beroemd of rijk te worden. Toch schrijf ik liever boeken. Een enkele keer kun je met een boek wel rijk worden. Als je net dat boek schrijft dat miljoenen mensen gaan kopen. Een boek over Harry Potter bijvoorbeeld.

Schrijft u altijd over wat u zelf hebt meegemaakt?

In de meeste boeken gebeuren dingen die ik zelf heb meegemaakt. In Tijgers huilen niet komt bijvoorbeeld een vreemde jongen het schoolplein opwandelen. Hij draagt een petje en speelt op een mondorgeltje. Hij doet een kaartspel met ons en wint al onze kaarten. Die jongen kwam op een dag echt bij ons. Hij had alleen geen petje op en hij won onze knikkers en niet onze kaarten. En het mondorgel was een fluitje. In mijn boeken gaat het vaak over iets dat echt gebeurd is, maar het is meestal anders verteld, soms ‘een beetje mooier gemaakt’. Vaak, maar niet altijd. De Peperdans van Panzibas is bijvoorbeeld een dierverhaal; ik heb de libel, de mol, de muis en al die andere dieren natuurlijk niet echt horen praten. Maar het gekke is dat ik wel mensen ken die lijken op libel, mol, muis en alle andere dieren.

Wat vindt u zelf uw mooiste boek?

Ik ken een jongetje dat op de vraag ‘Van wie hou je het meest? Van pappa of mamma?’ altijd zei: ‘Van allebei evenveel, maar van pappa iets meer.’ (dat jongetje was de schrijver Simon Vestdijk als kind) Ik hou van al mijn boeken, maar van Het Peergeheim en van Jesse, ballewal-tsjí een ietsje meer. Van Het Peergeheim, omdat Peer zo’n dappere jongen was, ook toen hij doodging. Van Jesse, ballewal-tsjí omdat Jesse zo eenzaam was en toch helemaal niet zielig.

Zijn er ook boeken van u vertaald en hebt u wel eens een prijs gekregen?

In Duitsland en Frankrijk kunnen ze Het Peergeheim en Tijgers huilen niet ook lezen. Als jij op school zit en Duits of Frans in je pakket hebt kun je natuurlijk ook Peers Insel, Ataland of L’ile des brumes lezen (en even in het Nederlandse boek kijken als je het niet meer ziet zitten.) Het boek Jesse, ballewal-tsjí is in het Hebreeuws vertaald. De Peperdans van Panzibas is in het Koreaans vertaald.

Het boek Jesse, ballewal-tsjí kreeg de Vlag en Wimpel 1999. De Circusfietser kreeg in 2001 een Vlag en Wimpel van de Griffeljury. Vleugels voor Jorre, De Peperdans van Panzibas en Josja Pruis werden genomineerd voor de Gouden Uil. In 2007 kreeg Josja Pruis bovendien de Woutertje Pieterse Prijs. Het boek Vuurbom kreeg in 2012 een Zilveren Griffel.

In al uw boeken komt juf Stubbe voor. Bestaat zij echt?

Zij bestond echt. Juf Stubbe was de juf van mijn basisschool. Toen ik haar voor het eerst zag dacht ik dat zij vast en zeker een engel uit de hemel moest zijn. Ze was heel blond en droeg een zilveren bril. Maar waren er wel engelen met een bril? Juf Stubbe vond het leuk te horen dat een van haar leerlingen boeken schreef waar haar naam in voor kwam. Ze las de boeken en heeft me een keer een brief geschreven. In 1999 is ze overleden.

Was het spannend om op een schip geboren te worden en te wonen?

Als het schip vaart ben je elke dag op een andere plek. Toen ik vijf jaar was had ik al heel veel van Nederland, Duitsland en België gezien. Vervelend is dat je niet goed naar school kunt gaan als je ouders varen. Toen ik acht jaar was ging ik bij mijn ouders weg en kwam ik in een pleeggezin. De pleegmoeder was heel streng. Ze stopte me in een kolenhok als ik iets uitgehaald had. De pleegvader was een aardige man: hij bouwde van melkblikjes prachtige vuurtorens. In de vakanties reisde ik natuurlijk weer naar mijn ouders. In Jesse, ballewal-tsjí komt een man voor die vuurtorens bouwt. Dat zal de pleegvader wel zijn!

Leest u zelf wel eens een boek en hebt u ook nog hobby’s?

Ik ben het liefst van al met taal bezig: lezen en schrijven op verschillende manieren. Een beetje knutselen: een schutting timmeren, een muurtje metselen, een hekje verven vind ik ook aardig. Verder hou ik van mooie schilderijen en luister ik graag naar muziek: van Mozart tot Eric Clapton.

Welke andere schrijvers vindt u erg goed en welke heel slecht?

Ik lees veel boeken van schrijvers voor volwassenen: Simon Vestdijk, Maarten ’t Hart, Hugo Claus, enz. Van de kinder- en jeugdboekenschrijvers vind ik Paul Biegel heel goed. Ik vind ook dat veel schrijvers slechte boeken maken, maar namen fluister ik natuurlijk alleen in een schoon oor.

Is het waar dat je korter leeft als je veel leest?

Dat is waar als je zoveel leest dat je geen beweging meer krijgt. Als je teveel leest merk je dat meestal aan oorsuizing, oogflikkering en schedelzoem. Maak voor alle zekerheid na elk hoofdstuk tien kniebuigingen en lees af en toe al rennend een boek. Veel lachen bij het lezen is ook goed. Als je zo je gezondheid in de gaten houdt kun je doorlezen tot je in het bejaardenhuis zit

op weg naar een leesfeest: het boekenbal 2004

op weg naar een leesfeest: het boekenbal 2004