Het Peergeheim, 1994

Peer is ernstig ziek. Zijn vrienden en de mensen uit het dorp vieren zijn verjaardag met een serenade. Dan gaat Peer zelf ook spelen op zijn saxofoon.

uit hst. 14: De bries van Attalant, blz. 79-80

Opstuwend kopergeluid, slaande bekkens, een dreunend drumstel en plotselinge stiltes, die speciaal werden ingelast om de triangel van juf Stubbe een kans te geven. Charly Onnes blies zich een rode kop om dat jonge spul van de band bij te houden, bakker Helmus trok aan de snaren van de bas tot het hout boog, juf Stubbe wipte bij de solootjes als een balletdanseres op de punten van de dikke veterschoenen en Jessica zong en kronkelde achter de microfoon alsof ze niet wist wat verlegenheid was. De jongens die niet konden spelen, klapten of brulden mee. Van beide kanten uit de straat rolde een golf van meeneuriënde stemmen aan. Francien was weer bij een regenpijp omhoog geklommen en schetterde vanuit de dakgoot boven alles uit. En midden in een lied kwam Reeboer ook nog op een fiets het dorp binnensprinten. Hij elleboogde zich met zwaaiende baard een weg door de mensen heen en sprong zwetend tussen de muzikanten. Uit zijn binnenzak kwam een mondorgel en hij begon meteen als een dolle kozak mee te blazen.

Peer zat in de versierde rolstoel voor het huis: een Oosterse vorst die het spektakel van het volk aanziet. Mager, met rode vlekken op zijn wangen en knipogend tegen de zon. Op deze bijzondere dag had hij zijn pruik weer eens op. De moeder van Peer drukte een zakdoek tegen haar ogen en Peers vader kauwde op een wang, de handen diep in de broekzakken. Peer klapte na elk lied en tegen het eind zei hij iets tegen zijn moeder. Gejuich steeg op toen Peer de saxofoon aanpakte. Hij speelde het slot van een lied mee. En toen het uit was, dwarrelde in de stilte zomaar het geluid van Reeboers mondharmonika nog even brutaal door. ‘Are you lonesome today’, blies Reeboer. En zittend in de stoel, de saxofoon tussen zijn benen gaf Peer antwoord.

Ik weet niet of ik dit wel goed kan vertellen. De solo was vrolijk en treurig tegelijk of misschien was het alleen maar vrolijk en heb ik het treurige zelf gevoeld. Peer blies, eerst een beetje trillend, maar al snel zekerder. Het was een geluid dat ik nooit eerder had gehoord. Het begon als de Muskbabysong, maar al gauw dwaalde hij af naar iets anders. Hij fantaseerde een lied, maar niet zoals hij in de band speelde. Het was een sluipende melodie, met lange vegen en trippelende ophaaltjes, met onverwachte kwaak- en kraakgeluiden. Het moest het lied zijn waarin je de bries van Attalant hoorde. De muziek toverde het eiland voor mijn ogen. De zachte bries die je nooit liet kleumen. Die heerlijk koel was als je warm werd van het stoeien met de muskusratten en rhesusaapjes. Die je haren streelde als je je liet drijven op de waterleliebladeren in de bergmeren, de benen in het water, rustig peddelend met je handen. Vissen met zuigbekken sabbelden voorzichtig aan je tenen tot je lekkere kriebels kreeg.

Terug naar de vorige bladzijde


Het Peergeheim